Hoe verandert het werk van de warmtepompinstallateur?
27.04.2026 Evelien Schreurs

De warmtepompsector kampt al jaren met personeelstekorten. Er stromen minder mensen de sector in, terwijl er veel uitstroom is door vergrijzing en jonge werknemers die al vroeg in hun carrière de sector weer verlaten. Ondertussen moeten warmtepompmonteurs en -installateurs zich blijven ontwikkelen door in te spelen op prefab warmtepompen, het halen van nieuwe koudemiddel-certificaten en het aanscherpen van hun digitale skills.
De technische arbeidsmarkt staat al langere tijd onder druk. Volgens Waldo Linders, directeur opleidingen en trainingen bij opleidingsinstituut ROVC, is dat geen tijdelijk probleem: “De vraag naar technische vakmensen blijft ongekend hoog, terwijl de instroom stokt, de uitstroom aanhoudt en de concurrentie stevig is. Dat vraagt om nieuwe manieren van kijken: naar werving, selectie én opleiding. De voordeur mag wijder open en de achterdeur juist op slot.”
Ook warmtepompfabrikant Remeha ziet dit terug in de praktijk: “De vraag naar goed opgeleide installateurs blijft groot. Dat horen we dagelijks van onze klanten en tijdens onze trainingen. De vraag naar warmtepompen is de afgelopen jaren afgekoeld, waardoor de druk op installateurs minder extreem is dan voorheen, maar door de recente geopolitieke ontwikkelingen en de dreigende energiecrisis zien we weer een sterk opdrijvend effect.”
Het personeelstekort is en blijft hardnekkig. In 2024 stonden er nog 75.600 technische vacatures open. Ook in 2025 blijft dit aantal structureel hoog, met meer dan 70.000 openstaande functies. Daarbij geeft inmiddels circa 68 procent van de technische bedrijven aan een tekort aan personeel te ervaren. Markttrends: de installateur Vooral functies voor monteurs en installateurs zijn moeilijk te vervullen, en vacatures blijven vaak maanden tot zelfs meer dan een jaar openstaan.
Meer uitstroom dan instroom
Het tekort wordt veroorzaakt door een combinatie van factoren. De instroom vanuit het onderwijs blijft achter, met name op mbo-4 niveau, terwijl juist deze groep essentieel is voor de sector. Daarnaast is er sprake van een mismatch tussen opleiding en praktijk.
Tegelijkertijd is de uitstroom hoog. In 2024 verlieten 22.000 werknemers de technische sector, waarvan 59 procent overstapte naar een andere branche. Vergrijzing speelt hierin een rol, maar is niet de enige factor: het aandeel pensioneringen is relatief beperkt, al zal dit de komende jaren toenemen.
Een steeds belangrijkere oorzaak is het gebrek aan instroom van jongeren. In 2025 noemt circa twee derde van de bedrijven dit zelfs als belangrijkste reden voor het personeelstekort. Ook blijft de uitstroom onder jongeren hoog: bijna de helft van de technici onder de 25 jaar verlaat de sector binnen één jaar.
Vooruitkijkend wordt het probleem eerder groter dan kleiner. De komende vijf jaar zijn naar verwachting ruim 120.000 nieuwe technici nodig, terwijl een vergelijkbaar aantal de sector verlaat. Zonder ingrijpen blijft het tekort daarmee structureel.
Oplossingen: anders werven en beter opleiden
Bedrijven zoeken actief naar manieren om het tekort op te vangen. Daarbij verschuift de focus van traditionele werving naar een bredere en flexibelere aanpak.
Steeds meer organisaties staan open voor zij-instromers en kandidaten zonder klassiek technisch diploma. Waar in 2023 nog 36 procent van de bedrijven hiervoor openstond, is dat inmiddels 60 procent. Ook wordt vaker gekeken naar motivatie en leervermogen in plaats van alleen diploma’s.
Daarnaast wordt breder geworven, bijvoorbeeld buiten de techniek of in het buitenland. Recruiters spelen hierbij een steeds grotere rol: het aandeel bedrijven dat recruiters inzet, is in korte tijd sterk toegenomen.
Toch blijft er ruimte voor verbetering. Bedrijven geven zelf aan dat vacature-eisen vaak nog te strikt zijn en dat organisaties te veel vasthouden aan traditionele functieprofielen.
Naast werving is opleiding een belangrijke pijler. Bedrijven investeren vaker in het bijscholen van bestaand personeel en het opleiden op de werkvloer. Daarbij wordt ook taakgericht opleiden steeds belangrijker: medewerkers worden getraind voor specifieke handelingen, waardoor zij sneller inzetbaar zijn.
In de praktijk blijkt dat dit niet altijd eenvoudig te organiseren is. Gebrek aan tijd en begeleiding vormt voor veel bedrijven een belemmering. Ook ontbreekt vaak een duidelijke strategie voor kennisoverdracht, terwijl die juist cruciaal is door de vergrijzing.
De Techbarometer benadrukt het belang van kennisdeling tussen generaties: “Oudere generaties technici hebben vaak diepgewortelde kennis van de organisatie, die is opgebouwd door jarenlange ervaring. Die kennis laat zich lastig vangen in standaardopleidingen of handboeken. Veel jongeren erkennen dit. Bijna één op de drie technici onder de 35 jaar zegt dan ook het meest te leren van oudere collega’s. Dat is fors meer dan de generaties daarboven (17 procent en 7 procent).”
Personeel vasthouden wordt minstens zo belangrijk
Omdat het tekort voorlopig niet verdwijnt, verschuift de aandacht ook naar het behouden van personeel. Bedrijven zetten in op betere arbeidsvoorwaarden, opleidingsmogelijkheden en een betere werk-privébalans. Daarnaast wordt gekeken naar technologische oplossingen om het tekort te verlichten, zoals automatisering, AI-ondersteuning bij storingen en voorspellend onderhoud. Dit verandert niet alleen hoe bedrijven werken, maar ook welke vaardigheden van installateurs worden gevraagd.
Ondanks de uitdagingen blijft het vak aantrekkelijk. Onderzoek van TNO laat zien dat installateurs waarde hechten aan sociale interactie, technische inhoud en de bijdrage aan de energietransitie. Ook wordt het werk als fysiek zwaar en complex ervaren.
Het werk van de installateur verandert
Naast het personeelstekort verandert ook de inhoud van het werk. De warmtepomp vraagt namelijk om een meer integrale benadering dan de cv-ketel.
Remeha schetst deze ontwikkeling: “Het installeren van warmteoplossingen is de afgelopen jaren duidelijk complexer geworden. Waar een cv-ketel vaak eenvoudig vervangen kon worden, vraagt een warmtepomp om andere kennis, extra certificeringen en nieuwe gereedschappen. We zien dat prestatieproblemen bij warmtepompen in zo’n 70 procent van de gevallen terug te voeren zijn op een onvolledige of onjuiste installatie. Een goede schouw, een juiste warmteverliesberekening, realistisch verwachtingsmanagemen en een correcte installatie zijn daarom essentieel.”
Daar komt bij dat installateurs steeds vaker moeten opereren in een breder energiesysteem, waarin warmtepompen worden gecombineerd met zonnepanelen, batterijen en slimme regeltechniek.
Ook de rol richting de klant verandert: “Door de grotere complexiteit van warmtepompinstallaties en de overvloed aan online informatie stellen gebruikers bovendien meer vragen en verwachten zij duidelijke uitleg over zaken als isolatie, subsidies, terugverdientijden en energierekeningen. Dat vraagt van installateurs niet alleen technische kennis, maar ook communicatieve vaardigheden en goed verwachtingsmanagement.”
F-gassen: nieuwe certificaten en meer nadruk op veiligheid
Een belangrijke ontwikkeling is de overstap naar natuurlijke koudemiddelen, zoals propaan, CO₂ en ammoniak. Deze overgang wordt gestuurd door Europese regelgeving en heeft directe gevolgen voor installateurs.
Nieuwe koudemiddelen vereisen nieuwe certificeringen. Het vernieuwde certificeringsstelsel introduceert verschillende niveaus, afhankelijk van het type koudemiddel. Voor installateurs betekent dit dat zij zich opnieuw moeten laten scholen of aanvullende certificaten moeten behalen.
Volgens Marc Hendriks, sales manager bij ROVC, gaat het daarbij niet alleen om het behalen van een certificaat: “Het gaat er niet alleen om zo snel mogelijk dat groene vinkje te halen dat je gecertificeerd bent, maar oprecht bewustzijn van de handelingen die je aan het uitvoeren bent. Dus het gaat om bewust veilig kunnen werken met brandbare koudemiddelen, maar het gaat ook om je technische vakmanschap een upgrade te geven.”
Veiligheid speelt een grotere rol dan voorheen: “Een belangrijk facet dat erbij is gekomen is de brandbaarheid. Waar fluorerende stoffen vervelende eigenschappen hebben omdat het gewoon gif is, hebben stoffen als propaan de eigenschap dat het brandbaar is, dus dan krijg je met explosieveiligheid te maken.”
Functiesplitsing en specialisatie
Door de toenemende complexiteit ontstaat ook meer specialisatie binnen het vak. Niet iedere installateur zal nog het volledige traject uitvoeren.
Remeha ziet een duidelijke ontwikkeling: “De rol van de warmtepompinstallateur ontwikkelt zich naar een mix van generalisten en specialisten. Sommige bedrijven blijven het volledige traject uitvoeren, terwijl anderen zich richten op onderdelen zoals systeemoptimalisatie, waterzijdig inregelen of slimme sturing.”
Deze functiesplitsing kan bijdragen aan efficiëntie, maar vraagt ook om goede afstemming tussen verschillende partijen.
Prefab: efficiënter, maar fysiek zwaarder
Prefab-oplossingen worden steeds vaker ingezet om installaties te versnellen en te standaardiseren. Deze ontwikkeling brengt wel nieuwe uitdagingen met zich mee.
Monteurs ervaren prefab warmtepompen als zwaarder en minder flexibel. Het installatieproces kan daardoor fysiek belastender worden en minder goed aansluiten op de specifieke situatie van een woning.
Daarnaast bestaat de zorg dat het werk minder afwisselend wordt en dat installateurs minder invloed hebben op de uitvoering.
Digitalisering en remote asset management
Digitalisering speelt een steeds grotere rol in het werk van installateurs. Systemen worden slimmer en vaker op afstand gemonitord en aangestuurd.
Volgens Remeha vraagt dit om nieuwe vaardigheden: “Warmtepompen zijn steeds vaker uitgerust met intelligente regelingen, sensoren en connectiviteit. Installateurs gaan vaker werken met Energy Management Systemen (EMS), monitoringplatforms en AI-gestuurde optimalisaties die systemen automatisch afstemmen op verbruiksprofielen, dynamische energieprijzen, de opbrengst van zonnepanelen en opslag van energie in buffervaten of accu’s. Dat vraagt om nieuwe vaardigheden zoals softwareconfiguratie, datainterpretatie en systeemdenken.”
Monteurs zien zowel voordelen als nadelen. Digitalisering kan tijd besparen en fouten verminderen, maar het werken met meerdere systemen en apps kan ook complex en tijdrovend zijn.
Remote asset management wordt overwegend positief beoordeeld. Door storingen op afstand op te lossen, kunnen installateurs efficiënter werken en zich richten op complexere taken. Tegelijkertijd verandert het klantcontact: een deel van de interactie verschuift van fysiek naar digitaal.
Richting de installateur van de toekomst
De ontwikkelingen in de sector wijzen in één richting: het werk van de installateur wordt breder, complexer en digitaler. Maar het tekort aan personeel blijft een beperkende factor.
Volgens Remeha zal technologie een deel van de oplossing bieden: “AI gaat het werk van installateurs bovendien eenvoudiger maken. Waar ze nu nog veel tijd kwijt zijn aan het analyseren van storingen, het controleren van parameters of het handmatig optimaliseren van instellingen, nemen slimme algoritmes steeds meer van die taken over. Denk aan automatische storingsdiagnose, zelflerende regelingen die de juiste instellingen kiezen of voorspellend onderhoud. Hierdoor kunnen installateurs sneller en foutlozer werken, en blijft er meer tijd over voor advies en vakmanschap.”
Daarnaast wordt een groei verwacht in onderhoudswerk en verdere specialisatie. De installateur van de toekomst ontwikkelt zich daarmee tot een systeemdenker, die techniek, data en energie integraal kan verbinden.
De uitdaging voor de sector is om die ontwikkeling bij te benen, terwijl tegelijkertijd voldoende nieuwe mensen worden aangetrokken en behouden. Want zonder vakmensen blijft de energietransitie uiteindelijk theorie.
Dit artikel is onderdeel van het Warmtepomp Trendrapport 2026. Het hele rapport is hier te downloaden: https://www.dutchnewenergy.nl/nationaal-warmtepomp-trendrapport/


























