Warmtepomp als geopolitiek wapen: Europa zoekt energieonafhankelijkheid in elektrificatie

28.04.2026 Lenna van den Haak

Warmtepomp als geopolitiek wapen: Europa zoekt energieonafhankelijkheid in elektrificatie

Warmtepompen zijn volwassen geworden, en daarmee ook politiek. Dat bleek tijdens het jaarlijkse Warmtepomp Congres in het Louman Museum, dat onlangs gehouden werd. De warmtepomp, die ooit gezien werd als een efficiënt alternatief voor de cv-ketel, schuift nu op richting de kern van Europa’s energie- en veiligheidsstrategie.

Twee stemmen gaven die verschuiving scherp weer: Paul Kenny, directeur van de European Heat Pump Association (EHPA), en Pablo Ruiz, senior specialist energietransitie bij Rabobank. Hun boodschap was eensluidend, maar met verschillende accenten. De warmtepomp is onderdeel van de Europese energieonafhankelijkheid in elektrificatie en zal in de toekomst volledig geïntegreerd zijn in Europa.

Elektrificatie als onvermijdelijke route
Volgens Ruiz bevinden we ons pas aan het begin van wat hij de “grote elektrificatie” noemt. In vrijwel alle Europese energiescenario’s is er één opvallende consensus: elektriciteit wordt de dominante energiedrager. Waar analisten nog twisten over waterstof, CCS of biomassa, is elektrificatie de constante factor.

“De vraag is niet óf we elektrificeren, maar hoe snel en hoe slim”, is zijn onderliggende boodschap. Daarbij spelen warmtepompen een belangrijke rol vooral in de gebouwde omgeving. Eén eenheid elektriciteit kan immers 2,5 tot 4 keer zoveel fossiele warmte vervangen. Doordat de warmtepomp fossiele brandstoffen efficiënt vervangt, wordt het een krachtige motor voor zowel economische groei als geopolitieke onafhankelijkheid.

Minder gasimport betekent minder afhankelijkheid van instabiele regio’s. De oorlog in Oekraïne en recente geopolitieke spanningen hebben dat besef versneld.

Ruiz schetst een ambitieus beeld: van circa 20 miljoen warmtepompen in Europa in 2020 naar mogelijk 100 miljoen in 2040. Tegelijk waarschuwt hij: zelfs dat tempo is waarschijnlijk onvoldoende om klimaatdoelen én strategische autonomie te halen.

Van klimaat naar geopolitiek
Waar het debat lange tijd draaide om CO₂-reductie, verschuift de focus volgens Ruiz naar iets fundamentelers. Dit is energiezekerheid. Europa importeert jaarlijks nog altijd enorme hoeveelheden fossiele brandstoffen, wat een structurele kwetsbaarheid vormt.

De warmtepomp past in een ander model: hoge investeringen vooraf (CAPEX), maar daarna nauwelijks operationele kosten (OPEX). Geen brandstof, geen afhankelijkheid. Of zoals Ruiz het impliciet samenvat: “No fuel, no run”, en dus ook: geen geopolitiek risico.

De les van Ierland: beleid werkt, als het klopt
Waar Ruiz het systeem schetst, zoomt Paul Kenny, directeur van de European Heat Pump Association (EHPA) in op de praktijk. Zijn verhaal draait om één vraag: Hoe komt het dat een land als Ierland wel succesvol beleid rondom warmtepompen kan implementeren en andere landen niet?

Zijn casus: Ierland. Geen voor de hand liggende koploper, maar inmiddels een van de snelst groeiende warmtepompmarkten van Europa. Het antwoord ligt volgens Kenny in consistent beleid.

Minder belastingen op elektriciteitstarieven
Hij noemt een reeks voorwaarden die samen een “bloeiende markt” creëren. Een van de voorwaarden is om elektriciteitstarieven te verlagen of in ieder geval minder te belasten. Uit een eerdere analyse van de EHPA blijkt dat landen die elektriciteit zwaarder belasten dan gas, een tragere adoptie van warmtepompen laten zien en blijven afhankelijker van fossiele brandstoffen. In landen waar elektriciteit juist lager wordt belast, zijn warmtepompen betaalbaarder en aantrekkelijker, wat zichtbaar is in hogere verkoopcijfers. Volgens directeur-generaal Kenny is dat logisch, omdat belastingbeleid gedrag stuurt. Hij stelt dat het onlogisch is om elektrificatie te belasten, terwijl die cruciaal is voor energiezekerheid en een schone economie. In plaats daarvan zouden overheden de lasten op elektriciteit moeten verlagen en CO₂-uitstoot uit fossiele brandstoffen zwaarder moeten beprijzen. België vormt een duidelijk voorbeeld van scheve verhoudingen. Daar is elektriciteit voor huishoudens bijna vier keer zo duur als gas, mede door hogere heffingen.

Daarnaast heeft stabiel beleid, lange termijnvisie en toegankelijke subsidies er in ierland toe geleid dat het marktaandeel van warmtepompen in nieuwbouwwoningen groeide naar ongeveer 90 procent. Verder is de totale markt in tien jaar tijd volgens Kenny explosief toegenomen.

Maar Kenny waarschuwt ook: succes is geen toeval, maar ontwerp. “Het is allemaal implementatie”, is zijn impliciete conclusie. Europese wetgeving ligt er grotendeels al – van de Energy Performance of Buildings Directive tot de Renewable Energy Directive. De uitdaging ligt bij nationale uitvoering.

De ontbrekende puzzelstukken
Toch is de weg naar massale uitrol nog verre van vrij. Beide sprekers wijzen op hardnekkige knelpunten. Aan de vraagkant blijft de businesscase vaak lastig. In veel landen is elektriciteit relatief duurder dan gas, een prikkel die de energietransitie vertraagt. Daarnaast vormen hoge investeringskosten een barrière, zeker voor huishoudens buiten de “early adopters”. Denk hier aan relatief kleine steden en dorpen maar ook de woningen op het platteland. Zonder slimme financieringsmodellen en toegankelijke subsidies stokt de groei.

Aan de aanbodkant speelt een ander probleem: capaciteit. Er zijn simpelweg te weinig installateurs, fabrieken en logistieke ketens om de opschaling bij te benen. De warmtepomp is daarmee ook een industrieel vraagstuk geworden. Kenny benadrukt het belang van zogeheten “one-stop-shops”: geïntegreerde loketten waar consumenten begeleiding krijgen van advies tot installatie. In Ierland blijken die cruciaal voor vertrouwen en snelheid.

Een continentale opgave
Wat beide verhalen bindt, is schaal. Dit is geen marktontwikkeling meer, maar een systeemtransitie. De Europese Commissie mikt op tientallen miljoenen extra warmtepompen vóór 2030, met als impliciete doel: minder gas, meer autonomie. Maar zoals Ruiz scherp stelt: modellen zijn geen voorspellingen. Ze zijn scenario’s, en daarmee afhankelijk van politieke keuzes, investeringen en maatschappelijke acceptatie. De warmtepomp is dus niet vanzelfsprekend de winnaar. Hij moet het worden.

Pablo Ruiz Rabobank Warmtepompcongres 2026
Pablo Ruiz

Tussen ambitie en realiteit
Terug in Den Haag, tussen klassieke auto’s en marmeren vloeren, voelt de discussie bijna paradoxaal. De technologie is er, de voordelen zijn duidelijk, de urgentie is hoog. En toch blijft de uitrol achter. Misschien zit de kern in wat Kenny tussen de regels door zegt: markten ontstaan niet vanzelf. Ze worden gemaakt. Met beleid dat klopt, prijzen die logisch zijn en een verhaal dat mensen begrijpen. En zoals Ruiz suggereert, is de echte vraag niet hoeveel warmtepompen Europa kan installeren, maar hoeveel afhankelijkheid het zich nog kan veroorloven.

De warmtepomp is daarmee geen eindpunt, maar een middel. Niet alleen voor een schoner klimaat, maar steeds nadrukkelijker ook voor iets anders: controle over de eigen energievoorziening.