‘We laten de woningen die nu al klaar zijn voor een warmtepomp niet wachten’
04.05.2026 Sjoerd Rispens

Steeds meer overheidsinstanties, zoals gemeenten, kijken binnen de warmtetransitie naar warmtepompen. Warmtenetten zijn nog steeds een optie, maar niet meer zo vanzelfsprekend als voorheen. De gemeente Amsterdam is hier een voorbeeld van. Zij hebben vorig jaar een miljoenensubsidie opgesteld voor de aanschaf van hybride warmtepompen.
Voor de uitrol van de hybride warmtepompen is 7,5 miljoen subsidie vrijgemaakt, die bedoeld is voor woningen waarvan de WOZ-waarde niet hoger ligt dan 666.000 euro. Met de subsidie wil de gemeente mogelijk maken dat ook inwoners met een kleinere portemonnee toch een verduurzamingsslag kunnen maken. De nieuwe regeling geldt enkel voor eigenaren van woningen die zich op de begane grond bevinden. Per huis is 2.500 euro subsidie beschikbaar.
Aan het begin van het project kunnen 1.000 woningen subsidie krijgen. Vervolgens wordt er op basis van ervaringen gekeken of de regeling voor de eerstvolgende 2.000 woningen moet worden aangepast. Wijken die geschikter zijn voor de uitrol van een warmtenet worden overigens niet uitgesloten, op advies van de Algemene Rekenkamer.
Zita Pels, wethouder van Duurzaamheid, benadrukt dat de subsidie vooral naar eengezinswoningen moet gaan. Pels ziet de hybride warmtepomp bovendien als ideale tussenstap, omdat de bewoners nog niet volledig van het gas af gaan en zo toch wat flexibiliteit houden om eventueel nog aan te sluiten mocht er een warmtenet in de buurt komen.
Deze ontwikkeling is niet uniek voor Amsterdam: op meerdere plekken in Nederland verschuift de aandacht deels van collectieve oplossingen naar individuele maatregelen, zeker waar warmtenetten lastig of onzeker blijken.
Kansrijke stap
De gemeente licht toe waarom ze er voor hebben gekozen om deze subsidie in het leven te roepen en hun focus zo ook naar warmtepompen te verschuiven. De argumentatie van Amsterdam laat zien welke afwegingen gemeenten breder maken: “Een hybride warmtepomp is voor veel eengezinswoningen een kansrijke stap om gas mee te besparen en CO₂-uitstoot mee te verminderen. De warmtepomp werkt samen met de bestaande cv-ketel en een bewoner hoeft niet grondig te isoleren. Dat maakt het een realistische optie voor veel mensen, zeker ook omdat eigenaren van eengezinswoningen niet afhankelijk zijn van buren of een VvE.”
“Toch zien we in de praktijk dat momenteel nog maar een beperkt aantal woningeigenaren die stap ook daadwerkelijk zet”, gaat de gemeente verder. “Eén van de grootste drempels is financieel: een hybride warmtepomp vraagt een investering vooraf die voor veel huishoudens erg hoog is. De nationale ISDE-subsidie helpt, maar is soms onvoldoende. Met deze gemeentelijke subsidie van 2.500 euro vullen we dat aan. En door een maximale WOZ-waarde te hanteren, richten we ons op de gewone Amsterdammer met een koopwoning.”
Blijft de gemeente dan nog investeren in warmtenetten of ligt de focus nu volledig op warmtepompen? “Het is geen keuze tussen warmtenetten of warmtepompen, het is allebei. Welke optie de beste oplossing is voor een buurt, hangt af van veel factoren zoals bijvoorbeeld de bebouwing, de beschikbare binnen- en buitenruimte en de beschikbaarheid van elektriciteit.”
“Uit de voortgangsrapportage van het Warmteprogramma blijkt dat warmtenetten voor veel buurten en gebouwen de voorkeursoplossing zijn. Later dit jaar stellen we het warmteprogramma vast, daarin zal per buurt duidelijk worden wat de voorkeurstechniek is en welke buurten we als eerste gaan oppakken.”
De gemeente benadrukt dat de Wet Collectieve Warmte (WCW) er ook op gericht is om de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten makkelijker te maken en de energietransitie zo te versnellen. “We werken met EBN en Alliander aan een regionaal publiek warmtebedrijf om de warmtenetten in de toekomst verder uit te breiden. Tegelijkertijd stimuleren we de aanschaf van warmtepompen voor woningen die daar geschikt voor zijn.”
“Dat is ook in lijn met het nieuwe landelijke coalitieakkoord. Daarin is expliciet aangekondigd dat vanaf 2029 een hybride warmtepomp wordt genormeerd voor woningen waarvoor het warmtenet niet de meest geschikte oplossing is. Kortom: we blijven zeker ook inzetten op warmtenetten maar we laten de woningen die nu al klaar zijn voor een warmtepomp niet wachten. Beide sporen lopen parallel.”
Kosten van warmtenetten
In Den Haag bestaan er wel enkele zorgen over het financiële plaatje van warmtenetten. Die werden onderstreept toen eerder dit jaar bleek dat WarmtelinQ, een ondergrondse leiding waar warmte uit de Rotterdamse haven gaat om huizen te verwarmen, duurder uitviel dan gedacht. De uitkomsten kunnen gevolgen hebben voor de verdeling van de kosten tussen Rijk, warmtebedrijven en eindgebruikers.
Daarom is voor de Garantieregeling Warmtenetten in de begroting van 2026 een bedrag van 174,5 miljoen euro gereserveerd. De regeling moet banken en aandeelhouders meer zekerheid bieden en wordt naar verwachting tegelijk met de Wcw opengesteld.
Daarnaast onderzoekt het kabinet hoe warmtegemeenschappen beter gefaciliteerd kunnen worden. Er loopt onder meer een nieuw onderzoek naar de vraag of warmtebedrijven met een meerderheidsbelang van een warmtegemeenschap en een publiek minderheidsbelang juridisch mogelijk zijn. De uitkomsten daarvan worden later dit jaar verwacht.
Duurzaamheid van warmtenetten
Ook gaat de afweging voor een warmtenet gepaard met afwegingen over de duurzaamheid van deze oplossing. Eerder dit jaar is het concept Besluit collectieve warmte (Bcw) gepubliceerd, waar gemeenten de komende jaren mee te maken krijgen. Dit is een verdere uitwerking van de Wet collectieve warmte (Wcw) waarin onder andere wordt ingegaan op de duurzaamheidseisen van warmtenetten. Het moment waarop warmtenetten aan duurzaamheidseisen moeten voldoen is verzet en er is gekozen voor uitgebreide duurzaamheidsrapportage naar gebruikers.
De duurzaamheidsnorm gaat pas gelden vanaf 2030, terwijl dat in de consultatieversie nog 2026 was. Ook is de duurzaamheidsnorm voor 2031 – 2035 minder streng geworden. Volgens eerder onderzoek zou de vastgestelde norm (25 kilo CO2 per gigajoule aan geleverde warmte) voor de meeste warmtenetten haalbaar zijn. Enkele warmtenetten zullen niet direct kunnen verduurzamen, bijvoorbeeld door financiële uitdagingen of ruimtegebrek om een duurzame bron te realiseren. Deze projecten kunnen een ontheffing aanvragen waardoor zij (nog) niet aan de duurzaamheidseisen hoeven te voldoen. Die ontheffing is er dus voor projecten die op een later moment wél voldoende hun CO2-uitstoot kunnen terugdringen.
Dat kan bijvoorbeeld zijn wanneer het vervangen van een niet-duurzame warmtebron nog tot substantieel hogere kosten zorgt. “Een goed voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van een geothermiebron waarvoor een bepaalde schaalgrootte nodig is, voordat het vanuit technisch en economisch perspectief werkbaar is om deze in bedrijf te nemen. In dat geval wordt in de opstartfase tijdelijk gebruik gemaakt van gasketels”, schrijft de Rijksoverheid in de toelichting bij het Besluit collectieve warmte.
Ook als het vervangen van de niet-duurzame bron op het moment niet mogelijk is kan een ontheffing worden aangevraagd. “Hiervan is in ieder geval sprake als de noodzakelijke vergunningen of toegang tot het elektriciteitsnet langer duren dan de daarvoor geldende wettelijke termijnen.”
Meest toegankelijke en haalbare keuze
Tegenover de discussies over de kosten en duurzaamheid van warmtenetten staat de vraag welke alternatieven voor huishoudens op korte termijn haalbaar zijn. In de praktijk verschuift de aandacht daarbij vaak naar individuele oplossingen, zoals warmtepompen.
In de berichtgeving over de subsidieregeling in Amsterdam staat dat het doel is om een hybride warmtepomp goedkoper en toegankelijker te maken zodat bewoners er eentje kunnen laten plaatsen en de CO2 gaat omlaag. Maar dat kan toch ook allemaal met andere typen warmtepompen? “Hybride warmtepompen zijn goedkoper in aanschaf dan all-electric lucht-water warmtepompen”, zegt de gemeente daarover. “Ook vereisen all-electric varianten meestal ingrijpende woningaanpassingen, zoals verbetering van de isolatie en het warmteafgiftesysteem, waardoor deze optie voor veel woningen vaak nog een brug te ver is. Bij water-water warmtepompen gelden soortgelijke uitdagingen.”
“Uit onze analyses blijkt dat hybride warmtepompen het gasverbruik met 60 procent verminderen, ook in minder goed geïsoleerde woningen, mits goed ingeregeld. All-electric warmtepompen zijn met name efficiënt in goed geïsoleerde woningen. Water-water warmtepompen bieden iets meer CO2- reductie en hebben geen geluidsproblemen omdat er geen buitenunit nodig is, maar zijn pas rendabel vanaf een hoger gasverbruik.”
“Hybride warmtepompen zijn daarmee voor veel eengezinswoningen op dit moment de meest toegankelijke en haalbare keuze. Hierbij is ook relevant dat een hybride warmtepomp voor een significant lagere belasting van het elektriciteitsnetwerk zorgt dan volledig elektrische warmtepompen.”
Complexe besluitvorming
De keuze voor gemeente over welke alternatieven er komen voor wijken die van het gas af gaan beperken zich niet tot duurzaamheid of financiële afwegingen. Zo is de subsidieregeling in Amsterdam nu alleen gericht op eengezinswoningen “waar hybride warmtepompen relatief snel en eenvoudig kunnen worden geplaatst”, geeft de gemeente aan. “Bij gestapelde bouw en VvE’s spelen vaak complexe besluitvorming, vergunningen en technische beperkingen een grotere rol. Bovendien is er grotere kans op (cumulatieve) geluidsoverlast van de buitenunits.”
“Daarom is eerst meer onderzoek nodig naar de effecten van hybride warmtepompen in deze situaties. Ook zou een subsidie voor warmtepompen bij VvE’s mogelijk een nadeel kunnen betekenen voor de ontwikkeling van collectieve warmteopties voor de gehele VvE en kunnen de totale kosten voor de VvE groter worden als er sprake is van meerdere warmtesystemen. Wel zullen we de huidige subsidieregeling evalueren en lessen meenemen bij het uitwerken van een vervolg op of aanpassing van deze subsidieregeling. De mogelijkheden voor appartementen en VvE’s onderzoeken, is daar onderdeel van. Zijn er al veel binnen?”
Wat voegt deze investering toe aan de warmtetransitie? “Als gemeente koersen we zowel op het volledig aardgasvrij maken van woningen als zoveel mogelijk CO2-reductie gericht op een klimaatneutrale stad in 2050. Met deze subsidie geven we uitvoering aan de voorgenomen inzet om op korte termijn CO2-uitstoot te verminderen. Een hybride warmtepomp is geen eindstation, maar een tussenstap.”
“De cv-ketel blijft aanwezig, maar de warmtepomp neemt een groot deel van de verwarmingsvraag over. Daardoor gebruik je significant minder gas. En minder gas betekent minder CO₂-uitstoot, lagere energielasten en minder afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. We kiezen hiermee bewust voor een meer flexibele strategie binnen de warmtetransitie waarbij bewoners nu al een stap kunnen zetten en toekomstige oplossingen zoals warmtenetten niet worden ondergraven.”
“Bij het uitwerken van de subsidieregeling hebben we gekeken naar het aantal woningen in Amsterdam waar een hybride warmtepomp een kansrijke oplossing lijkt te zijn. Dit zijn woningen met voldoende ruimte voor een buitenunit en voldoende gasverbruik om de aanschaf van een hybride warmtepomp rendabel te maken. In totaal gaat dat om ca. 50.000 woningen, waarvan het merendeel eengezinswoningen betreft.”
Pragmatiek als nieuwe standaard
De casus Amsterdam laat zien hoe gemeenten in de praktijk balanceren tussen langetermijnoplossingen en direct uitvoerbare maatregelen. Warmtenetten blijven een belangrijke pijler binnen de warmtetransitie, maar worden geconfronteerd met onzekerheden rond kosten, uitvoering en duurzaamheid. Tegelijkertijd bieden (hybride) warmtepompen een relatief toegankelijke manier om op korte termijn CO₂- reductie te realiseren, zonder dat ingrijpende aanpassingen of collectieve besluitvorming nodig zijn.
Die combinatie van sporen lijkt steeds kenmerkender te worden voor het huidige warmtebeleid: niet kiezen voor één oplossing, maar parallel inzetten op verschillende technieken afhankelijk van de lokale situatie. Daarbij verschuift de nadruk in toenemende mate naar wat nú haalbaar is voor bewoners, terwijl ruimte wordt gehouden voor toekomstige collectieve oplossingen.
De boodschap die daaruit naar voren komt, is helder: de warmtetransitie verloopt niet via één route, maar via een pragmatische mix van oplossingen, waarbij snelheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid steeds zwaarder meewegen.
Dit artikel is onderdeel van het Warmtepomp Trendrapport 2026. Het hele rapport is hier te downloaden: https://www.dutchnewenergy.nl/nationaal-warmtepomp-trendrapport/



























