Nederland ligt op koers met isolatie, maar installaties warmtenetten en warmtepompenblijven achter
31.03.2026 Gijs de Koning

Nederland ligt op schema als het gaat om isolatie van gebouwen, maar dreigt achterop te raken bij de verduurzaming van installaties zoals warmtepompen en warmtenetten. Dat is de belangrijkste conclusie uit het concept van het Nationaal Plan voor de Renovatie van Gebouwen (NBRP), dat recent ter consultatie is gepubliceerd.
De overheid moet vanuit de Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (Energy Performance of Buildings Directive, EPBD-IV) een nationaal plan opstellen voor de renovatie hiervan. Dit plan heet het National Building Renovation Plan (NBRP). Het einddoel van dit plan is het emissievrij en zeer energiezuinig maken van de gebouwde omgeving in 2050.
Isolatie op schema
Van de 7,5 miljoen woningen die in 2020 geïsoleerd moesten worden is de verwachting dat er tot 2030 zo’n 35 procent wordt geïsoleerd. Daarnaast gaan alle huurwoningen met energielabel E, F en G in deze periode naar minimaal energielabel D.
Dit betekent dat er nog 65 procent van de totale isolatie-opgave voltooid moet worden in de periode tussen 2030 en 2050. Als Nederland het huidige isolatietempo aanhoudt wordt deze doelstelling gehaald.

Het huidige tempo is ingeschat op basis van twee bronnen. De gemiddelde verkoop van isolatiemateriaal (2021–2024), volgens de Monitor Verduurzaming Gebouwde Omgeving 2025, is vergeleken met de berekende jaarlijkse behoefte. Daaruit blijkt dat het tempo van de afgelopen jaren ongeveer overeenkomt met wat nodig is.
Daar zit wel een duidelijke voorwaarde aan vast. Het rapport waarschuwt dat dit tempo alleen behouden blijft als beleid en financiering niet wegvallen. Na 2030 blijft een groot deel van de opgave immers nog liggen.
Installatie moet opschalen
Het aantal woningen dat nog aardgasvrij gemaakt moet worden begon op in 2020 op 7 miljoen. De verwachting is dat tegen 2030 hiervan 1,4 miljoen woningen of volledig aardgasvrij zijn gemaakt of een hybride warmtepomp hebben.
De opgave is om tot 2050 nog 6 miljoen woningen aardgasvrij te maken (hybride is in 2050 vanwege de emissiedoelstellingen geen optie). Met het huidige tempo van het aardgasvrij maken van de installaties in woningen zal deze doelstelling niet worden gehaald.

Het rapport wijst niet één duidelijke oorzaak aan voor het verschil in tempo tussen isolatie en installaties, maar de analyse maakt wel duidelijk waar het probleem zit. Installaties zijn in de praktijk veel lastiger op te schalen. Zo wordt in het plan expliciet rekening gehouden met natuurlijke vervangingsmomenten, wat betekent dat systemen zoals cv-ketels vaak pas worden vervangen als ze technisch of economisch zijn afgeschreven. Dat beperkt de mogelijkheden om het tempo actief te verhogen.
Daarnaast zijn installaties sterk afhankelijk van systeemkeuzes zoals de inzet van warmtepompen, warmtenetten of hybride oplossingen. Tegelijk laat het rapport zien dat er al een achterstand is opgebouwd: “Ook de afgelopen 5 jaar (tussen 2020 en 2025) is het aantal gerealiseerde installaties lager dan nodig zou zijn voor zuiver lineair pad naar 2050.”
Utiliteit
Nederland telt ook ongeveer 1,2 miljoen utiliteitsgebouwen, maar daarvan valt slechts een deel binnen de verduurzamingsopgave (330.000). Hiervan moet een aanzienlijk deel nog wel worden aangepakt. Zo moet circa 50 procent van de vloeren en raamoppervlakken nog worden na-geïsoleerd, evenals ongeveer 25 procent van de gevels.
Daarnaast geldt dat bij maar liefst 90 procent van de gebouwen één of meerdere installaties (zoals verwarming, koeling of ventilatie) nog moeten worden vervangen. Daarbij plaatst het rapport wel een belangrijke kanttekening: de utiliteitsbouw is zeer divers en voor veel gebouwen ontbreekt een energielabel. De genoemde inschattingen zijn daarom gebaseerd op steekproeven.
Bron: concept NBRP



























