Onderzoek: plaats warmtepompen op het dak voor minimale geluidsoverlast
22.01.2026 Evelien Schreurs

Als meerdere warmtepompen dicht bij elkaar staan kan het geluid ervan optellen. Onderzoek naar dit cumulatief geluid van warmtepompen laat zien dat het plaatsen van de buitenunit van warmtepompen op het dak voor de minste geluidsoverlast zorgt.
Vanuit hun aanwijsbevoegdheid kunnen gemeenten kiezen in welke wijken ingezet gaat worden op warmtepompen. Tegelijkertijd willen zij ook geluidsoverlast van warmtepompen voorkomen. Daarom gaf het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) onderzoeksbureau Peutz de opdracht om onderzoek te doen naar het cumulatieve geluid van warmtepompen in woonwijken. Dit moet gemeenten een beter beeld geven van de all-electric route.
De buitenunit van een individuele warmtepomp mag namelijk niet meer dan 40 decibel (gewogen voor het menselijk gehoor) produceren, gemeten vanaf de perceelgrens. Er bestaat al een rekentool van de overheid (de PAC-rekentool) die berekent of het geluid van een warmtepomp aan de wettelijke eisen voldoet, maar een onafhankelijke publieke data-tool voor cumulatieve geluidsimpact was er nog niet.
Voor het onderzoek van Peutz is zo’n tool wel ontwikkeld. Deze tool kan inzicht geven over wat het plaatsen van meerdere buitenunits van warmtepompen bij elkaar doet voor de geluidsimpact, welke omstandigheden hier impact op hebben en welke maatregelen genomen kunnen worden om dat geluid te dempen. “Daarnaast kunnen de verkregen inzichten ook helpen om een keuze te maken voor een warmteoplossing. Als er in een gebied geen buitendelen van warmtepompen te plaatsen zijn zonder de geluidsnormen te overschrijden valt die warmteoplossing af”, schrijven de onderzoekers.
“Ook wanneer wel aan de wettelijke geluideisen wordt voldaan betekent dit niet dat er geen geluidhinder of slaapverstoring kan ontstaan. Met name ongunstige afstelling, gebrekkige installatie of onderhoud of veroudering van de installatie kunnen tot hogere geluidniveaus leiden. Bij kritische situaties wordt altijd geadviseerd om een akoestisch adviseur te raadplegen.”
Daarbij merken de onderzoekers ook op dat de ervaren overlast van warmtepompen afhangt van het ‘achtergrondgeluidniveau’. In een drukke stad is er bijvoorbeeld meer achtergrondgeluid dan in een rustig dorp of een goed afgeschermde achtertuin. “Hoe hoger het achtergrondgeluidniveau is op een bepaalde locatie, hoe groter het zogenaamde maskerende effect hiervan is op andere geluiden.”
Verschillende wijktypen
De onderzoekers hebben drie verschillende wijken gemodelleerd: de Vinexwijk, de bloemkoolwijk en een combinatie van de naoorlogse woonwijk en Tuinstad laagbouw. Gemeenten hebben laten weten dat dit typen wijken zijn waar vaak wordt gekozen voor warmtepompen als voorkeursoplossing.
In deze wijken werden vervolgens warmtepompen in verschillende posities geplaatst, en werd daarvan het cumulatieve geluid van de buitenunits in kaart gebracht. Hierbij gaat de rekentool gaat uit van het ‘slechtste scenario’, waarin alle buitenunits op dezelfde plek zijn geplaatst en het onder 7 graden Celsius is dus de warmtepompen hard moeten werken. In de praktijk zal het geluid dus het grootste deel van de tijd lager uitvallen.
Dak heeft voorkeurspositie
Het onderzoek laat zien dat de verschillen tussen de wijken relatief klein zijn. Verschillen in cumulatief geluid van warmtepompen hangen vooral af van de positie waar ze geplaatst worden. In alle onderzochte wijken gaat de voorkeur uit naar het plaatsen van warmtepompen op het dak van de woning of op een geschakelde garage.
Als warmtepompen op het dak staan, zijn ze niet of nauwelijks te horen. Dat komt omdat ze een grotere afstand hebben van de perceelgrens en het dak een afschermend effect kan hebben. “Wel dient gedacht te worden aan de mogelijkheid van het plegen van onderhoud aan de installatie. Er zijn diverse systemen op de markt waarbij onderhoud aan het buitendeel mogelijk is, bijvoorbeeld door middel van een dakluik.”
Als er een berging of schuur aanwezig is, heeft het de voorkeur om de buitenunit daarin te plaatsen. De afscherming beperkt dan sterk het geluid van de warmtepomp.
Verder concluderen de onderzoekers dat het plaatsen van all-electric warmtepompen eigenlijk altijd, tenzij het gaat om woningen met erg groot perceel, met geluidsbeperkende maatregelen samengaat. Voor warmtepompen die aan de voorzijde van het huis op de grond of aan de gevel zijn geplaatst is bijvoorbeeld akoestische omkasting nodig. Voor warmtepompen op daken zijn vaak trillingsdempers nodig.
Verder adviseren de onderzoekers om altijd te kiezen voor warmtepompen die geen ‘hoorbaar tonaal geluid’ produceert (omdat dat als extra hinderlijk wordt ervaren) en om gebruik te maken van de ‘stille modus’ als een warmtepomp die heeft.




























