Tussen ervaring en vernieuwing: zo werkt kennisoverdracht écht op de technische werkvloer
09.04.2026 Lenna van den Haak

De techniek kampt met een structureel tekort aan vakmensen, maar minstens zo urgent is een ander probleem: hoe zorg je dat kennis niet verdwijnt met de generatie die vertrekt? Op de werkvloer blijkt die overdracht minder vanzelfsprekend dan vaak wordt gedacht.
De cijfers uit de TechBarometer 2025 laten weinig aan de verbeelding over. Tweederde van de technische bedrijven ervaart een tekort aan personeel, vacatures blijven maandenlang openstaan en de uitstroom door vergrijzing neemt toe. Tegelijkertijd komt er een nieuwe generatie binnen die anders kijkt naar werk, leren en ontwikkeling.
Die twee bewegingen komen samen op de werkvloer. En precies daar wordt duidelijk dat kennisoverdracht geen automatisme is, maar een proces vol frictie, misverstanden én kansen.
Ervaring laat zich niet vangen in theorie
Wie met Patrick Schimmel van Schimmel Techniek spreekt, hoort het meteen: techniek leer je vooral door te doen. Zijn bedrijf, gespecialiseerd in duurzame installaties zoals warmtepompen, werkt dagelijks met een mix van jonge en ervaren monteurs.
Volgens Schimmel zit het verschil tussen die groepen niet zozeer in kennis, maar in ervaring. “Die oude rotten hebben gewoon een voorsprong”, zegt hij. “Dat zit in de praktijk. Hoe je een pijp buigt, hoe je iets oplost, dat leer je niet uit een boek.”
Het is precies dat type kennis waar de sector om verlegen zit. Bedrijven zoeken mensen die direct inzetbaar zijn, maar krijgen vaak starters binnen die de basis kennen, maar het vak nog moeten leren in de praktijk. En juist daar ontstaat spanning: de behoefte aan snelheid botst met het tijdrovende proces van opleiden.
Kennisoverdracht is geen vanzelfsprekendheid
Op papier lijkt de oplossing simpel: zet jong en oud bij elkaar en het probleem lost zich vanzelf op. In de praktijk werkt het anders.
Niet iedere ervaren monteur blijkt een goede leermeester. “Sommigen vinden het mooi om kennis over te dragen”, zegt Schimmel. “Anderen helemaal niet.” Begeleiden kost tijd, en die is schaars. Dat beeld sluit aan bij de bredere sector. Gebrek aan begeleiding is een van de belangrijkste redenen waarom bedrijven terughoudend zijn met het opleiden van onervaren krachten. In een omgeving waar de werkdruk hoog is, krijgt kennisoverdracht niet automatisch prioriteit.
Ervaring alleen is dus niet genoeg. Kennis moet niet alleen aanwezig zijn, maar ook gedeeld willen én kunnen worden.
Generaties kijken anders naar werk
Daar komt bij dat generaties verschillend naar werk kijken. Waar oudere technici zijn opgegroeid met een mentaliteit van aanpakken en doorgaan, hecht de jongere generatie meer waarde aan balans en persoonlijke ontwikkeling.
Dat kan schuren. Jongeren stellen vaker vragen bij werkwijzen of fysieke belasting, terwijl oudere collega’s gewend zijn om dingen op een bepaalde manier te doen. Toch ziet Schimmel juist de kracht van die verschillen. “Jongeren zetten je aan het denken", zegt hij. “Wij doen dingen omdat we het altijd zo deden. Zij kijken er anders naar. En daar hebben ze vaak gelijk in.” Kennisoverdracht blijkt daarmee geen eenrichtingsverkeer. Waar ervaren krachten praktijkkennis meebrengen, brengen jongeren nieuwe inzichten en een frisse blik. De uitdaging zit in het verbinden van die perspectieven.
Het klassieke duo werkt nog steeds
Bij Schimmel Techniek kiezen ze bewust voor een traditionele aanpak: werken in duo’s. Een ervaren monteur wordt gekoppeld aan een minder ervaren collega.
“Het is ouderwets”, zegt Schimmel. “Maar het werkt het beste.”
Deze vorm van werkplekleren sluit aan bij een bredere trend in de sector, waarin leren steeds vaker plaatsvindt tijdens het werk. Niet in een klaslokaal, maar op locatie, in de praktijk. Toch is ook hier succes niet vanzelfsprekend. De juiste match tussen mensen is cruciaal. “Je moet goed kijken wie je bij elkaar zet", zegt Schimmel. “Dat is soms puzzelen.”
Cultuur maakt het verschil
Wat uiteindelijk bepaalt of kennisoverdracht slaagt, is de cultuur binnen een organisatie. Bij Schimmel Techniek ligt de nadruk op een open en sociale werkomgeving, waarin ruimte is voor gesprek en ontwikkeling.
Informele momenten spelen daarin een belangrijke rol. Zo heeft Schimmel een echte kroeg op zijn terrein staan, waar iedereen op vrijdagmiddag aan de borrel zit. Daar komen dan ook de meeste verhalen los. “Op vrijdagmiddag hoor je alles”, zegt Schimmel. “Wat goed ging, wat niet. Daar gebeurt veel. Aan mij de taak om dit te vertalen naar het werk en dit zo goed mogelijk in te zetten.”
Juist daar wordt kennis gedeeld zonder dat het formeel zo wordt benoemd. Niet via trainingen of handleidingen, maar via gesprekken en ervaringen. Dat onderstreept een belangrijk inzicht: kennisoverdracht is geen losstaand proces, maar onderdeel van de dagelijkse praktijk. Het vraagt om een omgeving waarin mensen zich vrij voelen om te leren en te delen.
Van bijzaak naar strategie
Opvallend is dat veel bedrijven nog geen duidelijke strategie hebben voor het omgaan met het technicitekort. Slechts een minderheid heeft een helder toekomstbeeld. Daar ligt een gemiste kans. In een sector waar instroom achterblijft en uitstroom toeneemt, wordt het behouden en doorgeven van kennis steeds belangrijker. Bedrijven die daarin slagen, creëren niet alleen continuïteit, maar maken zich ook aantrekkelijker voor nieuwe medewerkers. Zeker in een arbeidsmarkt waar keuzevrijheid groot is, kan een sterke leercultuur het verschil maken. Schimmel verwoordt het nuchter: “Skills kun je leren. Maar iemand moet wel in het team passen.”
De echte opgave
De technische sector staat voor een dubbele uitdaging: meer mensen aantrekken én de kennis behouden die er al is. Dat vraagt om meer dan alleen werving of opleiding. Het vraagt om aandacht voor de dynamiek tussen generaties, voor de manier waarop mensen samenwerken en voor de ruimte die zij krijgen om van elkaar te leren. Want uiteindelijk zit de oplossing niet alleen in systemen of beleid, maar in iets veel menselijkers: de bereidheid om kennis te delen, en de tijd en ruimte om dat ook echt te doen.



























