2026 het kantelpunt voor duurzame warmte: de veranderingen en verwachtingen voor warmtepompen, warmtenetten en de energierekening

05.01.2026 Evelien Schreurs, Sjoerd Rispens en Gijs de Koning

2026 het kantelpunt voor duurzame warmte: de veranderingen en verwachtingen voor warmtepompen, warmtenetten en de energierekening

Als het op duurzaam verwarmen aankomt zijn er een aantal verschillende smaken. Zo zijn er warmtenetten (variërend in temperatuur en bron), warmtepompen (hybride en volledig elektrisch) en bodemenergie uit geothermische bronnen. Over welke vorm het beste geschikt is voor welk huishouden en welke toepassing is het laatste nog niet gezegd. Wel zullen er het komende jaar voor duurzame warmte veel administratieve en technische hobbels worden uitgevlakt, mits het jaar in het teken staat van politieke zekerheid en standvastig beleid. Bij deze een vooruitblik.  

De warmtetransitie in Nederland staat desondanks onder druk. Dat blijkt niet alleen uit de analyse van Dutch New Energy Research (DNE), maar ook uit de nieuwste Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2025 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Beide rapporten schetsen hetzelfde beeld: wisselend beleid en politieke onzekerheid ondermijnen het tempo van verduurzaming voor de komende jaren. 

Volgens DNE is de warmtepomp hét voorbeeld van een sector die sterk reageert op politieke keuzes. Het verbod op gasketels, de ISDE-subsidies en hoge energieprijzen zorgden in 2022 en 2023 voor een enorme verkoopstijging. Maar na de val van het kabinet en teruggedraaide maatregelen volgde een daling van 70 procent in slechts een half jaar tijd. Ook recente kabinetswisselingen zorgen voor grillige bewegingen. Fabrikanten, installateurs en consumenten weten vaak niet waar ze aan toe zijn.  

Voor de warmtetransitie betekent dit dat broodnodige stappen, zoals de opschaling van warmtepompen, uitbreiding van warmtenetten en isolatieprogramma’s, onder druk staan. Zowel DNE als PBL benadrukken daarom dat consistent en toekomstgericht beleid cruciaal is om het vertrouwen in de sector te herstellen en de doelen te halen.  

Na de dip: warmtepompen groeien weer richting 200.000 installaties 

In 2024 zag de markt voor warmtepompen dan ook een dip met een voorzichtige groei in 2025. In 2026 zal deze voorzichtige groei naar verwachting doorzetten. Volgens de prognose van DNE zullen er dit jaar zo'n 200.000 warmtepompen worden geïnstalleerd, waarvan het overgrote deel volledig elektrische systemen en een kleiner deel hybride warmtepompen.  

Emission Trading System 2 

Verder vooruitkijkend zal het Emission Tranding System 2 een belangrijke rol gaan spelen in het versnellen van de warmtetransitie. Energieleveranciers (en dus uitendelijk ook consumenten), zullen moeten gaan betalen voor de uitstoot die de door hen geleverde brandstoffen veroorzaken. Hiermee wordt gas een stukje duurder om mee te verwarmen, en elektrisch verwarmen aantrekkelijker. Het nieuwe systeem stond gepland om in te gaan per 2027, maar dit is nu uitgesteld tot 2028 om Europese lidstaten meer tijd te geven om zich voor te bereiden op de verandering.  

Warmtenetten krijgen nieuw fundament met de Wet collectieve warmte 

Een ander segment dat het succes van de warmtetransitie zal bepalen zijn warmtenetten. Hiervoor is de Wet collectieve warmte (Wcw) van groot belang. De Wcw zal in de loop van 2026 in werking treden. De wet moet zorgen voor een snelle en eerlijke uitrol van warmtenetten. Gemeenten krijgen hierin een regierol en mogen met een aanwijsbevoegdheid bepalen waar de overstap naar een warmtenet gemaakt moet worden.  

Ook zullen publieke partijen een meerderheidsaandeel in handen krijgen van warmtenetten. Verder moeten de warmtetarieven kostengebaseerd zijn, de prijzen voor consumenten moeten daarbij eerlijk en transparant worden.  

Energiewet maakt meer mogelijk voor energiedelen en energiecoöperaties 

Per 1 januari 2026 gaat de Energiewet in. Deze weet geeft onder andere meer mogelijkheden voor energiedelen en geeft consumenten meer inzicht in hun energierekening en energiecontract. Ook krijgen energiegemeenschappen een expliciete plaats in deze wet, wat een juridische basis kan bieden voor veel energiecoöperaties. Ook deze wet neemt dan ook administratieve hobbels voor de warmtetransitie weg.  

F-gassen verdwijnen: dit verandert er technisch in 2026 

Ook op technisch gebied zijn er ontwikkelingen. Zo worden schadelijke F-gassen uitgefaseerd en de focus gelegd op natuurlijke koudemiddelen. De eerste maanden van 2026 kunnen nog de huidige certificaten voor het werken met F-gassen en natuurlijke koudemiddelen behaald worden. Vanaf 29 maart kunnen echter alleen certificaten volgens het nieuwe systeem behaald worden. Huidige certificaten zijn nog geldig tot maart 2029. 

Europa zet de stip op de horizon: 90 procent minder uitstoot in 2040 

Op het gebied van doelstellingen zijn er voor 2026 geen harde deadlines. Maar de sector moet wel onverminderd doorwerken om de doelen voor de komende jaren te halen. Om in 2040 een reductie van 90 procent van de uitstoot te realiseren, bestaan volgens Dutch New Energy Research meerdere mogelijkheden. 

DNE schrijft: “De Europese Commissie stelt voor om tegen 2040 het gebruik van fossiele brandstoffen met 80 procent verminderd te hebben. Dit betekent dat alle energieverbruikende sectoren CO₂-neutraal gemaakt moeten worden. Huishoudens zullen moeten overstappen van gasketels naar stadsverwarming of warmtepompen, de industrie zal processen CO₂-neutraal moeten maken en de transportsector zal moeten overschakelen op elektriciteit, biobrandstoffen en waterstof.” 

De analyse van DNE eindigt met een duidelijke oproep: stabiliteit en voorspelbaarheid zijn cruciaal. “Consistent, betrouwbaar en toekomstgericht beleid is van groot belang om de afzonderlijke sectoren niet alleen te laten groeien, maar ook op elkaar te laten aansluiten. Alleen zo kan de energietransitie in Nederland voldoende snelheid en stabiliteit ontwikkelen om de nationale en Europese doelstellingen te halen.” 

2026 lijkt daarmee het jaar te worden waarin de warmtetransitie haar vrijblijvende fase definitief verlaat. De contouren van het systeem van morgen liggen klaar: wetgeving, marktkaders en technologieën zijn grotendeels uitgewerkt. Wat nog ontbreekt, is politieke continuïteit en bestuurlijke durf om deze instrumenten ook daadwerkelijk consequent in te zetten. Lukt dat, dan kan duurzame warmte eindelijk opschalen van ambitie naar uitvoering en wordt 2026 niet alleen een jaar van regelgeving, maar van zichtbare verandering in woningen, wijken en bedrijven.