Duurzaamheidseisen uitgesteld in nieuwe versie van Besluit collectieve warmte
30.01.2026 Evelien Schreurs

Afgelopen week is het concept Besluit collectieve warmte (Bcw) gepubliceerd. Dit is een verdere uitwerking van de Wet collectieve warmte (Wcw) waarin onder andere wordt ingegaan op de duurzaamheidseisen van warmtenetten. Het moment waarop warmtenetten aan duurzaamheidseisen moeten voldoen is verzet en er is gekozen voor uitgebreide duurzaamheidsrapportage naar gebruikers.
Een van de speerpunten van de Wcw is het leveren van duurzame warmte via warmtenetten. Hoeveel CO2 een warmtenet mag uitstoten, wordt berekend aan de hand van de hoeveelheid warmte die ene warmtenet levert (in gigajoule) en met de regels en afspraken in de klimaatwet en het Klimaatakkoord als uitgangspunt.
De duurzaamheidsnorm gaat pas gelden vanaf 2030, terwijl dat in de consultatieversie nog 2026 was. Ook is de duurzaamheidsnorm voor 2031 – 2035 minder streng geworden.
Vrijstelling duurzaamheidsnorm
Volgens eerder onderzoek zou de vastgestelde norm (25 kilo CO2 per gigajoule aan geleverde warmte) voor de meeste warmtenetten haalbaar zijn. Enkele warmtenetten zullen niet direct kunnen verduurzamen, bijvoorbeeld door financiële uitdagingen of ruimtegebrek om een duurzame bron te realiseren. Deze projecten kunnen een ontheffing aanvragen waardoor zij (nog) niet aan de duurzaamheidseisen hoeven te voldoen. Die ontheffing is er dus voor projecten die op een later moment wél voldoende hun CO2-uitstoot kunnen terugdringen.
Dat kan bijvoorbeeld zijn wanneer het vervangen van een niet-duurzame warmtebron nog tot substantieel hogere kosten zorgt. “Een goed voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van een geothermiebron waarvoor een bepaalde schaalgrootte nodig is, voordat het vanuit technisch en economisch perspectief werkbaar is om deze in bedrijf te nemen. In dat geval wordt in de opstartfase tijdelijk gebruik gemaakt van gasketels.”
Ook als het vervangen van de niet-duurzame bron op het moment niet mogelijk is kan een ontheffing worden aangevraagd. “Hiervan is in ieder geval sprake als de noodzakelijke vergunningen of toegang tot het elektriciteitsnet langer duren dan de daarvoor geldende wettelijke termijnen.”
De ontheffing heeft een maximum van vijf jaar, maar kan verlengd worden als de situatie ook na die tijd niet is veranderd. In het besluit is het eenvoudiger geworden om de ontheffing voor duurzaamheidsnormen te verlengen. Dat is bedoeld om de investeringszekerheid te behouden. Deze verlenging heeft geen maximale termijn, omdat dit soort uitzonderingen lastig te voorspellen zijn, maar kan wel beoordeeld worden door de Autoriteit Consument & Markt (ACM).
Omdat het verduurzamen van piek- en back-upvoorzieningen duur en technisch soms lastig is, mogen daar garanties van oorsprong voor gebruikt worden.
Ook is onderzocht of de norm kan worden aangescherpt, maar dat zou met name voor elektriciteitsintensieve projecten niet haalbaar zijn, omdat de elektriciteitsmix ook nog grotendeels fossiel is.
Verder werd uit een consultatie duidelijk dat er meer tijd nodig is om aan de duurzaamheidsnormen te voldoen. Daarom gaat de normering niet in met het begin van de wet in 2027, maar per 2030. “Zo krijgen bedrijven meer tijd en zullen er naar verwachting minder ontheffingen nodig zijn”, stelt de toelichting op het besluit. Ook zal er meer duidelijkheid gegeven worden over de normering tussen 2035 en 2050.
Het besluit geeft ook meer transparantie over de duurzaamheid van warmtenetten voor de gemeente, gebruikers en de ACM. Op de factuur komt bijvoorbeeld te staan welke hernieuwbare bronnen voor het warmtenet worden gebruikt, hoeveel energie en jaarlijks verbruikt wordt en wat de broeikasgasuitstoot van het warmtenet is.
Kleine warmtenetten en geen waarborgfonds
Keesjan Meijering, advocaat gespecialiseerd in energie, beschrijft op LinkedIn wat hem opvalt aan de Bcw, ten opzichte van de conceptversie. Hij benoemt onder andere dat ook kleinere warmtenetten, van maximaal 1.500 aansluitingen, als warmtekavel vastgesteld mogen worden. Er moet dan wel gemotiveerd worden waarom dit noodzakelijk is voor een efficiënte warmtetransitie. Over het algemeen is een groter warmtenet efficiënter, maar door deze toevoeging is het toch mogelijk om ook kleinere warmtenetten te maken wanneer dat efficiënter is.
Waar eerder nog over een waarborgfonds werd gesproken, dat meer zekerheid biedt bij de financiering van warmtenetten, komt daar nu een garantieregeling voor in de plaats. Hoe die eruit komt te zien wordt nog verder uitgewerkt.
Advocaat Elise Noordhoek vatte samen wat er in het voorstel opvalt qua tarieven. Voor kleine warmtenetten zal een landelijk (op kosten gebaseerd) tarief bepaald worden in plaats van per warmtenet (zoals bij grotere warmtenetten het geval is). Voor de grotere warmtenetten is nog geen verdere uitwerking in deze Bcw, die wordt nog door het kabinet opgesteld.





























