Groengas groeit weer, maar stikstof en beleid bepalen het tempo

24.03.2026 Lenna van den Haak

Groengas groeit weer, maar stikstof en beleid bepalen het tempo

De Nederlandse groengassector zit voorzichtig in de lift. In 2025 steeg de productie naar 336 miljoen kubieke meter, een groei van 14 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Tegelijkertijd nam het aantal invoeders, bedrijven en agrariërs die groengas produceren en invoeden op het net, toe tot 108. Toch is de afstand tot de nationale ambitie van de productie van 2 miljard kubieke meter per jaar vanaf 2030 nog altijd groot.

Volgens Eddy Veenstra van netbeheerder Rendo, laten de cijfers vooral zien dat groengas serieuzer wordt genomen in de energietransitie. “De groeicijfers laten zien dat er steeds meer besef komt van de waarde van groen gas in het integrale energiesysteem”, zegt hij. “Zeker nu de schaarste op het elektriciteitsnet vraagt om aanvullende vormen van energie.”

Eddy Veenstra van Rendo groen gas
Eddy Veenstra van Netbeheerder Rendo (foto: aangeleverd)

Groei zichtbaar, maar doel nog ver weg
De huidige productie blijft echter ver achter bij de ambities van het Rijk. Om de doelstelling van 2 miljard kubieke meter te halen, moet de productie nog grofweg verviervoudigen. Het aantal projecten groeit wel degelijk, variërend van mestvergisters bij agrariërs tot installaties bij afvalverwerkers en rioolwaterzuiveringen.

Voor netbeheerders betekent dat een snel veranderend speelveld. Rendo, een relatief kleine speler naast grote partijen als Stedin, Alliander en Enexis, positioneert zich nadrukkelijk op groengas. Veenstra hoopt dat het aantal invoeders in Nederland in tien jaar kan doorgroeien naar circa vijfhonderd. “De potentie is enorm, maar we zijn er nog lang niet”, zegt hij.

Stikstof als grootste rem
De belangrijkste belemmering voor verdere groei ligt volgens Veenstra bij vergunningverlening, en dan met name de stikstofproblematiek. In het werkgebied van Rendo zijn ongeveer vijftien projecten in voorbereiding, waarvan een aanzienlijk deel stilligt.

“Daarvan zit ongeveer een derde tot de helft vast door stikstof” aldus Veenstra. “Vooral agrariërs lopen risico’s. Een vergister kan gevolgen hebben voor hun bestaande natuurvergunning. Een boer kan daarmee zijn hele bedrijfsvergunning op het spel zetten. Dat maakt investeren heel spannend.”

Zolang die onzekerheid blijft bestaan, zal de opschaling volgens hem kwetsbaar blijven. Het nieuwe kabinet heeft aangekondigd het stikstofslot te willen doorbreken, maar concrete oplossingen laten nog op zich wachten.

Beleidsprikkel met kanttekeningen
Een belangrijke steunpilaar onder de sector is de bijmengverplichting die vanaf 2027 ingaat. Energieleveranciers worden dan verplicht een minimumpercentage groen gas te leveren. Dat biedt investeringszekerheid, maar kent ook beperkingen.

“De verplichting geldt internationaal”, zegt Veenstra. “Leveranciers mogen dus ook groengas uit het buitenland inkopen. Als je niet oppast, haal je het doel op papier, maar groeit de Nederlandse productie nauwelijks.”

Volgens hem is het daarom cruciaal dat beleid niet alleen vraag creëert, maar ook gericht is op binnenlandse productie.

Groengas in het energiesysteem
Veenstra ziet groengas vooral als een belangrijke schakel in een breder energiesysteem, zeker in landelijke gebieden waar volledige elektrificatie lastig is.

“In het buitengebied zie je vaak een combinatie ontstaan van isolatie, zonnepanelen en een hybride warmtepomp, met groengas als aanvulling op koude dagen”, zegt hij. “Een betrouwbaar energiesysteem vraagt om een mix.”

Daarbij blijft het bestaande gasnet volgens hem een waardevolle infrastructuur. Rendo verwijdert leidingen alleen op verzoek van bewoners en blijft investeren om het netwerk geschikt te houden voor toenemende invoeding.

De praktijk: van afval naar gas
Waar Veenstra vooral naar het systeem kijkt, staat bij producenten de praktijk centraal. Voor Leendert Tamboer van Twence is groengas een logische stap in de ontwikkeling van het bedrijf. Twence, actief in Oost-Nederland, verwerkt afvalstromen en zet deze om in energie en grondstoffen. Het bedrijf levert al enkele jaren groen gas uit de mestverwaardingsinstallatie, en werkt nu aan de ontwikkeling van een installatie die biogas uit GFT-vergisting omzet in groen gas. Dat project bevindt zich inmiddels in een vergevorderde fase.

“Het past volledig binnen onze strategie om een duurzaamheidsbedrijf te zijn”, zegt Tamboer. “Groen gas maakt onderdeel uit van een bredere mix, naast warmte, stoom en elektriciteit.”

Die stap vergde aanzienlijke investeringen. Voor de mestverwaardingsinstallatie moest Twence onder meer investeren in biogasopwerking, compressie en membraanscheiding om CO₂ en methaan te scheiden. Ook infrastructuur en netaansluitingen waren nodig.

“Het traject van planvorming tot realisatie kan jaren duren”, zegt Tamboer. “Voor onze mestinstallatie hebben we een lang vergunningstraject doorlopen. Bij andere installaties, zoals GFT, ging het sneller, ongeveer twee jaar van ontwikkeling tot ingebruikname.”

Samenwerken met de netbeheerder
De samenwerking met netbeheerders Coteq en Enexis noemt Tamboer positief, maar hij benadrukt dat timing en locatie cruciaal zijn.“Begin op tijd het gesprek met de netbeheerder”, adviseert hij. “Zoek een locatie met voldoende vraag en capaciteit. Zeker als het gasverbruik in de toekomst daalt, wil je voorkomen dat je niet kunt invoeden.”

Vooralsnog ziet Twence geen problemen met netcapaciteit, maar op langere termijn kan dat veranderen als de energietransitie het gasverbruik doet afnemen.

Realisme over de toekomst
Waar Veenstra kansen benadrukt, is Tamboer realistischer, zelfs enigszins somber, over de snelheid van groei. “De oorspronkelijke doelstelling van 2 miljard kuub in 2030 gaan we niet halen”, stelt hij. “Als dat realistisch was geweest, hadden projecten nu al in het vergunningstraject moeten zitten.”

Volgens hem is het potentieel er wel degelijk. Nederland beschikt over voldoende organische reststromen, zoals mest en GFT, om grootschalig groen gas te produceren. Maar maatschappelijke weerstand, onzekerheid in vergunningen en twijfels over de toekomst van de landbouw remmen investeringen. “Het probleem zit niet in de techniek, maar in de randvoorwaarden”, zegt hij.

Ook over nieuwe technologieën zoals vergassing is hij voorzichtig. “Dat kan op lange termijn wel perspectief bieden, maar voor nu ligt de focus op optimalisatie van bestaande installaties.”

Meer dan alleen energie
Voor Twence is groengas bovendien slechts één onderdeel van een bredere circulaire aanpak. Bij mestverwerking worden ook grondstoffen teruggewonnen, zoals fosfaat, ammoniakwater, kalium en water.

“Het gaat niet alleen om energie”, zegt Tamboer. “Het terugwinnen van grondstoffen is minstens zo belangrijk. Dat maakt het systeem robuuster.”

Potentie groot, pad onzeker
De Nederlandse groengassector staat op een kantelpunt. De groei is terug, het aantal invoeders neemt toe en zowel netbeheerders als producenten zien duidelijke kansen. Tegelijkertijd is de kloof tussen ambitie en realiteit nog aanzienlijk. De techniek en het potentieel zijn aanwezig, maar beleid, vergunningverlening en maatschappelijke acceptatie bepalen het tempo. Zonder oplossingen voor het stikstofvraagstuk en zonder duidelijk, consistent beleid dreigt de groei te stagneren. Met de juiste randvoorwaarden kan groengas echter uitgroeien tot een volwaardige pijler onder de energietransitie, juist in sectoren en regio’s waar alternatieven schaars zijn.