SDE++ kan effectiever worden ingericht voor geothermie
20.02.2026 Evelien Schreurs

“De huidige regeling sluit onvoldoende aan bij de specifieke kenmerken van geothermie – en dat remt de ontwikkeling van projecten af.” Dat is de conclusie van onderzoek dat werd uitgevoerd door adviesbureau Impuls Advies in opdracht van Geothermie Nederland en EBN. Zij doen daarnaast voorstellen voor aanpassingen aan de SDE++ om het effectiever en efficiënter de uitrol van geothermieprojecten te bevorderen.
“Geothermie kan op de middellange tot lange termijn (2050) 20%-25% van de warmtebehoefte in Nederland dekken (gebouwde omgeving: 26% en glastuinbouw: 58%1). Op dit moment is de aardwarmteproductie voor de gebouwde omgeving vrijwel nihil”, schrijven de onderzoekers. Tussen 2015 en 2019 was er een toename te zien in het aantal geothermieprojecten, maar die heeft sinds 2020 niet doorgezet.
Dat heeft er deels mee te maken dat veel kansrijke geothermie-locaties zijn al benut. Deze huidige projecten zijn vooral in de glastuinbouw te vinden. Er lijkt wel een verschuiving te zijn naar de gebouwde omgeving, steeds meer gemeenten doen onderzoek naar de mogelijkheden van geothermie als warmtebron voor een warmtenet.
Deze eerste projecten werden vooral uitgevoerd door individuele glastuinbouwinitiatieven, maar nieuwe projecten zullen naar verwachting vaker worden uitgevoerd door portfolio-operators: partijen die meerdere projecten combineren. Zij hebben namelijk het voordeel dat ze een grotere investeringskracht hebben en beter risico’s kunnen spreiden.
Dat is belangrijk omdat nieuwe geothermieprojecten te maken hebben met uitdagingen zoals vollooprisico, lagere vermogens, strengere regelgeving, lagere temperatuurprofielen en het combineren van glastuinbouw en gebouwde omgeving. “Om te zorgen dat het aantal geothermieprojecten weer kan toenemen is het belangrijk dat het investeringsregime voor geothermie verbetert waardoor investeringsrisico's worden verlaagd.”
Geothermie in de SDE++
Via de SDE++ kunnen geothermieprojecten hun ‘onrendabele top’ laten financieren. Maar de manier waarop die subsidie nu is opgebouwd, zou onvoldoende aansluiten bij wat er nodig is om geothermie grootschalig verder uit te rollen. “Omdat zij de hoge investeringskosten en specifieke risico’s in de ontwikkel- en realisatiefase onvoldoende afdekt”.
Het onderzoek laat zien dat geothermieprojecten, ondanks dat er dus subsidie beschikbaar is, te maken krijgen met veel verschillende obstakels. Deels zijn dat problemen die ook gelden voor andere warmtetechnieken, zoals een koppeling met de gasprijs, het niet halen van vergunningstermijnen door de overheid, lange ontwikkeltijd of onduidelijkheid en onvoorspelbaarheid van regelingen. Andere belemmeringen zijn specifiek voor geothermie: geologische onzekerheid, hoge of onvoorziene CAPEX (investeringskosten) en onvoldoende geologische data.
In een enquête onder de grootste ontwikkelaars van geothermie krijgt de huidige SDE++ een score van 2,3 uit 5. De belangrijkste redenen daarvoor zijn het vollooprisico en een hoge CAPEX.
Vergelijking andere landen
In het onderzoek wordt ook een vergelijking getrokken met andere landen. Zo wordt in Duitsland zowel de haalbaarheids- als realisatiefase van geothermieprojecten ondersteund, waardoor zowel hoge investeringskosten als ontwikkelrisico’s worden beperkt. In Frankrijk worden de geothermiebron en het net bij elkaar gesubsidieerd, en Italië heeft een subsidie die vergelijkbaar is met de SDE++.
Jaarlijkse vaste subsidie en CAPEX
De huidige vorm van SDE++ lijkt dus niet goed te werken voor geothermie. In het onderzoek worden dan ook suggesties gedaan voor manieren waarop de SDE++ wél zou werken. De sector geeft aan dat er minstens 19 geothermieprojecten op de plank liggen, maar met een verbeterde subsidie in de komende 5 jaar uitgevoerd kunnen worden.
Op basis van antwoorden van de enquête, die werd ingevuld door belangrijke ontwikkelaars van geothermieprojecten, doen de onderzoekers twee aanbevelingen om de effectiviteit van de SDE++ te vergroten.
“De huidige SDE werkt als er alleen nog een onrendabel top probleem is. Dus geen onzekerheid over volloop, vergunningen, CAPEX, productie, geologische data. Om dit te doorbreken zou een nieuw instrument antwoord moeten zijn op de de-risking van geothermie ontwikkelingen. Bijvoorbeeld een CAPEX-subsidie upfront zou zorgen dat meerdere van bovengenoemde risico's (deels) worden weggenomen.”
Enerzijds vragen zij om een jaarlijkse vaste subsidie die losstaat van de gasprijzen. Deze oplossing scoorde het beste in de enquête onder de projectontwikkelaars. “Dit komt doordat dit de variant is waarbij volloop geen negatieve impact op de business case heeft”, schrijven de onderzoekers hierover.
De tweede maatregelen zou een gerichte CAPEX-subsidie zijn, die zou dus bedoeld zijn om hoge investeringskosten te dekken. De sector geeft aan dat zo’n 30 tot 50 procent dekking via deze subsidie gewenst zou zijn.
“Passend bij de grootste belemmeringen geeft de sector aan dat een CAPEX-subsidie in combinatie met een oplossing voor het vollooprisico de sector zouden helpen om de ontwikkeling van geothermie te versnellen”, aldus de onderzoekers.



























