Wat betekent het Wennink rapport voor de duurzame energiesector?

06.01.2026 Gijs de Koning

Wat betekent het Wennink rapport voor de duurzame energiesector?

In december publiceerde oud ASML topman Peter Wennink een rapport over het toekomstig verdienvermogen van Nederland waarin hij pleit voor investeringen in de Nederlandse innovatie- en technologiesectoren. Energie en klimaattechnolgie is een van de aangewezen sectoren volgens Wennink om de economische groei van Nederland te garanderen, maar wat betekenen zijn aanbevelingen concreet voor deze sector?

Het rapport komt in het tijd waarin Europa op het wereldtoneel zijn positie aan het verliezen is. In het Draghi rapport werd al uitgelegd hoe Europa aan alle kanten wordt voorbijgestoven door de Verenigde Staten en China. Chinese elektrische auto’s worden bijvoorbeeld steeds populairder op de Europese wegen vanwege de lage productiekosten van diens batterijen. Ook komen bijna alle innovaties op het gebied van kunstmatige intelligentie komen uit de Verenigde Staten.

Wennink stelt bijvoorbeeld dat: “Voor energie- en klimaattechnologie zijn we in toenemende mate afhankelijk van China. Naast dominantie op het gebied van batterijtechnologie, is China goed op weg om een dominante positie te verwerven in nucleaire energie en technologie. Verstoringen in die waardeketen, bijvoorbeeld als gevolg van een escalatie van het conflict tussen China en Taiwan, kunnen de energietransitie van Europa vertragen en onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verlengen.”

De sectoren waar volgens Wennink in moet worden geïnvesteerd, zijn naast energie- en klimaattechnologie ook digitalisering en AI, veiligheid en weerbaarheid, en life sciences en biotechnologie. Door hierin te investeren zullen de stijgende kosten voor defensie en onze pensioenen betaalbaar blijven en zal Nederland minder afhankelijk worden van actoren met name buiten Europa.  

Netcongestie zorgt voor rem

Wennink schrijft veel over randvoorwaarden voor een goed economisch klimaat. Een belangrijke randvoorwaarden is het elektriciteitsnet in Nederland. Door netcongestie en lange wachtrijen worden investeringen in het bedrijfsleven geremd. Met zo’n 14.000 bedrijven en organisaties die op de wachtlijst staan voor een aansluiting is netcongestie volgens Wennink zowel een rem op de verduurzaming als voor de schaalvergroting van Nederlandse bedrijven. Wennink: “De totale kosten hiervan zijn enorm. De gemiste omzet wordt nu al op 10 tot 35 miljard euro per jaar geschat, en zal naar verwachting alleen maar toenemen.”

Wennink stelt dat deze crisis zo snel mogelijk moet worden opgelost. “De wachtlijst moet op korte termijn worden verminderd, de kosten voor bedrijven en burgers moeten worden gedempt, en het net moet uitgerust zijn om de verduurzaming van de Nederlandse economie te dragen. Daarvoor moet het bestaande net optimaal worden benut, de huidige energieopwekking pragmatisch worden gebruikt, en de uitbouw van netcapaciteit drastisch worden versneld.”

Blijvende rol voor gas

Volgens Wennink kunnen gascentrales hierin een belangrijke rol spelen omdat ze snel op- en af kunnen schalen en zo de pieken in het elektriciteitsverbruik opvangen wanneer dit niet gedaan kan worden door duurzame bronnen. Dit pragmatisme is volgens Wennink ook van toepassing op hybride warmtepompen omdat deze de energietransitie voortzetten zonder de druk op het elektriciteitsnet al te veel te vergroten.

Energieprijzen omlaag

Een andere aanbeveling van Wennink voor de energiesector is dat de energieprijzen op korte en lange termijn omlaag moeten. Nederland heeft binnen Europa relatief hoge energieprijzen. Dit maakt het voor de industrie minder competitief om zich te vestigen in Nederland of hier te blijven. Wennink raadt daarom aan dat de energieprijs door middel van belastingen op hetzelfde niveau als Nederland en Duitsland zou moeten blijven.

Ook moet er toekomstperspectief voor investeringen in de energiesector komen. Hiervoor zal een Nationaal Energieplan moeten worden ontwikkeld “dat samen met de industrie duidelijke keuzes maakt over de toekomstige energiemix, de benodigde infrastructuur, de energie-innovatie en regelgevingsaanpassingen die hiervoor nodig zijn.”

Wennink noemt verder contracts for difference als innovatief instrument om tegen beperkte kosten zekerheid te bieden.

Politiek moet stappen gaan zetten

In het rapport stelt Wennink dat de Nederlandse overheid geen betrouwbare investeringspartner meer is. Hij noemt als voorbeeld onzekerheid over investeringen in de ruitmevaartsector en het Nederlandse warmtenet. “Continue beleidsveranderingen op dit dossier maken het simpelweg onmogelijk om een investeringsplan te maken. Dat leidt er niet alleen toe dat investeerders hun kapitaal elders investeren, maar ook dat burgers uiteindelijk hogere prijzen betalen voor de verwarming van hun huis, en dat de energietransitie vertraging oploopt.”

De installatiesector ziet het rapport voornamelijk als uitgangspunt voor de formatie. Zo stelt Mark Harbers, voorzitter van Techniek Nederland: “Het Rapport Wennink maakt helder welke grote opgaven er voor Nederland liggen. Het laat zien dat de technieksector cruciaal is voor het realiseren van haalbare oplossingen. Voor informateur Letschert en haar gesprekspartners aan de formatietafel kan het een uitstekend uitgangspunt zijn.”

De NVDE reageert enthousiast op het rapport van Wennink en stelt dat ze zich herkennen in de randvoorwaarden: “versnelling van procedures, aantrekken van technisch talent, toegang tot betaalbare, betrouwbare en duurzame energie en een sterke economische infrastructuur.”

Energie Nederland stelt dat ze de invoering van contracts for difference steunen voor wind op zee en zich ook aansluiten bij de oproep van Wennink om de energiebelasting op elektriciteit te verlagen. Ook stellen ze dat het verlengen van de SDE++ belangrijk is om investeringen in duurzame energie te blijven ondersteunen. Energie Nederland plaats wel een kanttekening dat ze het jammer vinden dat Wennink niet het voorgenomen invoedingstarief van de ACM benoemt. Volgens hen zal dit namelijk zorgen voor hoge kosten voor afnemers en investeringen in hernieuwbare energie remmen.