‘Met de richtlijn hoef je geen ellenlange gesprekken meer te voeren over hoe je iets wil uitrekenen’
19.01.2026 Sjoerd Rispens

Gemeenten staan voor de opgave om wijken aardgasvrij te maken. Om dat te doen moeten ze goed onderbouwde keuzes maken tussen de beschikbare warmtealternatieven. Maar de praktijk laat zien dat gemeenten berekeningen voor alternatieven op heel uiteenlopende manieren uitvoeren. Daardoor is het lastig om de uitkomsten te vergelijken en goed te begrijpen. De Warmterichtlijn is ontwikkeld om meer eenduidigheid en transparantie te brengen bij het maken van de berekeningen.
In een webinar lichten een aantal van de schrijvers toe wat de richtlijn precies is en hoe je deze gebruikt. De sprekers zijn: Pieter Verstraten, consultant energiemarkten bij TNO, Jacob Janssen, onderzoeker geïntegreerde energiesystem bij TNO en Marten Witkamp, onderzoeker op het gebied van energietransitie in de gebouwde omgeving bij Wattopia. Eva Terpstra, onderzoeker bij TNO, leidt het webinar.
Witkamp legt om te beginnen uit waarom de richtlijn ontwikkeld is. “Vorig jaar is er onderzoek gedaan naar methodes die veel worden ingezet bij het vergelijken van warmtestrategieën”, zegt hij. “Het vermoeden was er toen al dat, afhankelijk van welk model je gebruikt, er veel verschillen in de uitkomsten zitten. Denk bijvoorbeeld aan gebruikerskosten. De verschillen waren zo groot dat we zeiden: hier hebben we niet zoveel aan.”
“We besloten toen om de uitgangspunten die bij rekenmodellen worden gebruikt te standaardiseren. Dat hebben we toen onder meer met Nieuw Warmte Nu verder uitgewerkt. Zij hadden een vergelijkbare samenstelling: hoe ondersteunen we gemeenten? Kunnen we ook naar een standaard rekenmodel voor hen bijvoorbeeld? Dat was toch geen goed idee. Dat kostte te veel maatwerk. Maar om standaard uitgangspunten voor de modellen te gaan ontwikkelen was wel een goed idee en dat zijn we gaan doen.”
Terpstra werpt vervolgens de vraag op wat de richtlijn nou precies is. Janssen legt dat uit: “Het is een verzameling van uitgangspunten voor het rekenen aan plannen voor de warmtevoorziening, om gemeenten te ondersteunen bij de keuze voor het warmte-alternatief. De uitkomst van die berekening zijn nationale kosten en baten. Ze zijn gericht op een rekening voor zo betrouwbaar mogelijke keuzes. Het is vaak op hoofdlijnen. Details die je in andere berekeningen vindt zitten er niet altijd in.”
De richtlijn bevat volgens Janssen geen kostenkentallen, maar wel financiële uitgangspunten daaromheen. “Daarnaast staan er eigenlijk zo min mogelijk voorstellen voor nieuwe gegevens in, het gaat vooral om verzamelen en standaardiseren van al gebruikte uitgangspunten en gegevens elders. Het is bedoeld voor iedereen die rekent aan warmte, voor de programma’s maar ook de stappen daarna en andere plannen.”
Gebruik van de warmterichtlijn
Hoe gebruik je de Warmterichtlijn? “Stel je voor dat een gemeente in gesprek is met een consultant en een offerte uitvraagt voor een warmtevoorziening”, zegt Verstraten. “Dan kan je in het offerteverzoek vragen om een doorrekening die zich houdt aan deze uitgangspunten. Gemeenten kunnen de berekeningen ook zelf uitvoeren aan de hand van deze uitgangspunten. Je kan het ook in latere fases in te zetten. Waarom zou je dit gebruiken?”
“Ten eerste, het helpt met transparantie”, gaat Verstraten verder. “De richtlijn schrijft ook voor hoe een berekening transparant is. Het is dan ook voor iedereen duidelijk hoe die berekening tot stand is gekomen. Je hoeft geen ellenlang gesprek te voeren over hoe je iets wil uitrekenen maar je kan het gewoon volgens een richtlijn gebruiken.”
Verstraten geeft ook meteen een waarschuwing: “De richtlijn is geen document dat je even makkelijk van kaft tot kaft leest. Wat je moet berekenen is een belangrijke vraag. De richtlijn is opgedeeld in drie thema’s: maatschappelijke kosten, energiebehoefte en betaalbaarheid. Voor ieder thema heb je dingen die het nog net wat verder uitsplitsen. Daaronder is aangegeven of dit verplicht is bij het warmteprogramma of dat het wordt aanbevolen. De meeste worden aanbevolen maar die kunnen in een later stadium wel verplicht.”
Welke uitgangspunten zijn nodig voor welke berekeningen? Ook dat is opgedeeld in drie thema’s, geeft Verstraten aan: algemeen, techniek en financieel. “Als je de twee doorsnedes samenvoegt krijg je een mooie tabel die je door de richtlijn leidt. In die tabel is voor elk uitgangspunt met een stip aangegeven of het relevant is voor het berekenen van de indicator. Dus als je bijvoorbeeld de nationale kosten wil berekenen kan je heel makkelijk zien welke uitgangspunten er nodig zijn voor die berekening.”
Uitgangspunten
Janssen benoemt vervolgens nog een aantal algemene uitgangspunten. “Wees altijd transparant over de gegevens die je gebruikt, het doel daarvan is de ze daardoor reproduceerbaar zijn. Zorg dat iedereen de rekening in kan zien, kan controleren en begrijpen. Weerspiegel zoveel mogelijk de werkelijkheid. Dat klinkt logisch maar dat betekent dat je moet onderbouwen waarop je inschatting gebaseerd is.”
“Wees bij de afbakening ook duidelijk over de grenzen van het plangebied. Welke kenmerken hebben de gebouwen daar? En als je gaat vergelijken kijk dan naar de verschillende opties voor de gebieden.
Denk niet alleen aan het alternatief dat je zelf in je hoofd hebt maar aan alle standaardalternatieven. Indien relevant kan je andere meenemen. Sommige alternatieven kunnen koude meebrengen, dat is ook voordelig.”
“En alternatieven moeten goed vergelijkbaar zijn door gelijke aannames te hanteren. Gelijke kosten bij gelijke investeringen en gelijke aannames voor toekomstige prijzen. En als je nou toch verschillen in stand laat per situatie, leg dan uit waarom je dat doet. Net zoals wanneer je een alternatief uit de richtlijn niet meeneemt.”
Terpstra sluit het webinar af met de mededeling dat de Warmterichtlijn nu klaar voor gebruik is, maar dat deze gaandeweg, bij nieuwe inzichten, aangepast zal worden. Stichting Warmtenetwerk organiseert op 29 januari tevens een workshop over de Warmterichtlijn.




























